woensdag 29 december 2010

De Brug


Op woensdag 29 april 2009, in Kalamazoo, Michigan, schreef ik op mijn blog Ha Usa over een persconferentie naar aanleiding van het feit dat Barack Obama 100 dagen president van de Verenigde Staten was. (http://krt.be/47) Nog maar aan het begin van mijn drie maanden durende reis door de VS was ik al wel geconfronteerd met het bekende cliche van "de Amerikaan": aardig maar oppervlakkig. In de biografie van Obama door David Remnick, 'De Brug', lees ik een beschrijving van Roberto Unger, docent van Obama op Harvard Law School. Hij geeft een mooie definitie van zowel "het" Amerikaanse karakter als van dat van Barack Obama. Ik citeer uit De Brug (pag.212 e.v.).
' Obama's optreden in het openbaar en zijn omgang met anderen zijn een sprekend voorbeeld van de opgewekte, onpersoonlijke vriendelijkheid die Amerikaanse sociale contacten kenmerkt. (Als ik hier even een kritsche noot mag plaatsen: denk aan de bijeenkomsten bij Madame de Stael, die ons van de eenzaamheid beroven, maar toch niet echt gezelschap bieden. Of aan Schopenhauers stekelvarkens, die geen rust vinden omdat ze het koud krijgen als ze bij ellkaar uit de buurt blijven en elkaar prikken als ze elkaar opzoeken. Tot ze zich uiteindelijk schikken in een acceptabel compromis.) Deze opgewekte, onpersoonlijke contacten dienen om hoekjes van eenzaamheid en geslotenheid in het Amerikaanse karakter te maskeren, en dat geldt evenzeer voor Obama als voor wie dan ook. Hij is raadselachtig - toen al, en nu nog steeds - op een karakteristiek Amerikaanse manier.
Bovendien blonk hij uit in de sociale omgang die in Amerika onder hoger opgeleiden en in het bedrijfsleven het meest wordt gewaardeerd en waar het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs vooral op is gericht: met je gelijken samenwerken door ze in de ban van je charisma te brengen; alleen verberg je dat onder een laagje zelfspot en informaliteit. Obama kreeg deze stijl, waarmee je in Amerika nu eenmaal een streepje voor hebt, op de middelbare school niet onder de knie, maar werd er later alsnog een virtuoos in. Zoals zo vaak gebeurt, bleek de buitenstaander er beter in dan de meeste insiders.
In combinatie met zijn sterke academische prestaties maakt de beheersing van deze gewenste sociale stijl Obama tot wat je gerust de eerste Amerikaanse elitepresident kunt noemen - ofwel de eerste president die praat en zich gedraagt als een lid van de Amerikaanse elite sinds John Kennedy.
Obama's gemengde ras, zijn zwartheid, zowel zichtbaar als aangeleerd, zijn niet-elitaire achtergrond waar oud geld geen rol speelde, zijn jeugd in een derdewereldland - dit alles schept de afstand van de buitenstaander, terwijl het elitekarakter dat hij zich eigen heeft gemaakt die afstand minder bedreigend doet lijken.'